
De lente is daar!
Het voorjaar is een periode van extra waakzaamheid in de stal. Warmere dagen en koudere nachten verhogen het risico op luchtwegaandoeningen en problemen zoals oor- of staartbijten.
Controleer regelmatig de minimum en maximum temperatuur in de afdelingen. Veel klimaatregelaars hebben de mogelijkheid om een temperatuur historiek te raadplegen. Let met name op de laagste afdelingstemperatuur. Als deze lager is dan de ingestelde vraagtemperatuur, kan dit op een te hoge minimum ventilatie wijzen.
Als het buiten warmer wordt, mag de vraagtemperatuur ook hoger ingesteld worden. Dit is vooral van belang bij zware vleesvarkens. De afdelingstemperatuur zal stijgen enerzijds door de hogere buitentemperatuur en anderzijds door de warmteproductie van de dieren. Met een te laag ingestelde vraagtemperatuur zal er vooral ’s nachts te veel geventileerd worden.
Het minimum ventilatie % hoeft niet verhoogd te worden als de buitentemperatuur stijgt. De norm voor minimum ventilatie is gebaseerd op de minimale ventilatie behoefte van de dieren. Deze hangt af van het gewicht van de dieren en dus niet van de buiten- of staltemperatuur.
Met een stijgende buitentemperatuur ( en dus staltemperatuur ) is het aangewezen de ingestelde maximum ventilatie op de klimaatregelaar te controleren. De maximum ventilatie mag in deze periode verhoogd worden als deze nog op de wintercurve is ingesteld.
In een periode met grotere verschillen tussen dag en nacht temperatuur is een ruime bandbreedte aangewezen. Dit betekent een minimale bandbreedte van 6 °C.
Controleer in het voorjaar de luchtinlaten. Met stijgende buitentemperaturen is het aangewezen de luchtinlaten meer open te leggen. Dit betekent nog niet dat de inlaten volledig open mogen ! Dat is alleen nodig in de echte zomerperiode.